Logo Schrijversvakschool groningen

 Een dagje strand 

Ik kom uit een familie van overalldragers. Mijn opa droeg ze. Mijn vader. Mijn broer. Ze hingen voor in de schuur aan een kapstok naast elkaar, de overalls, een rij afgestroopte huiden, donkerblauw, de houding van de eigenaar er nog in. Alleen het laatste haakje van de kapstok was altijd leeg. Daar had die van mij moeten hangen. Maar ik was geen overalldrager. Ik droeg het liefst een korte broek. Als ik dan toch op de tractor moest zitten, dan graag in strandkleding. Zand genoeg dichtbij. Geen zee of meer, maar dat is er zo bij gefantaseerd. Schuimende golfkoppen of kalm klotsend water, Braziliaanse vrouwen met Braziliaanse billen in Braziliaanse bikini’s. Op het door mij aangelegde strand, met zacht, warm zand, helder water en altijd een hoge blauwe hemel waar af en toe een meeuw doorheen zweeft, bestonden geen dikke witbuiken, geen Duitsers, Hollanders of Engelsen die met hun bleke benen het gebied kwamen bezetten. Het was Copa Cobana zoals het bedoeld is, bevolkt met mooie mensen en ik.  

Ik ben nog nooit op Copa Cobana geweest. Overalldragers zijn geen vakantievierders. Eén keer, ik moet een jaar of zeven zijn geweest, gingen we een middagje naar het Schildmeer. Op vijftien minuten rijden van de boerderij. Pa, ma, broer en ik. Ma was de hele tijd bang dat we verdronken, pa zei voortdurend dat het goed weer was om iets op het land te doen en mijn broer trapte mijn uit nat zand opgetrokken emmervormige kastelen omver. Een dagje strand moet je kunnen, als familie.  

Tjark Holthuis